Safari termen uitgelegd

Het lijkt soms wel dat iedereen alle termen die worden gebruikt tijdens een rondreis in bekende safari landen al moet weten. Wij willen alle standard woorden extra toelichten:

Safari: betekent op reis gaan/zijn. Safari is een Swahili woord voor reizen.

Game-drive: Game is een andere woord voor wilde dieren. Letterlijk dus rijden naar/langs de wilde dieren. In de natuurparken ga je meestal 2 keer per dag op “game-drive”, wat betekent dat je in de vroege ochtend ongeveer 2 á 3 uur gaat rondrijden opzoek naar wilde dieren en in de namiddag. Dit zijn de tijden dat veel dieren actief zijn omdat het overdag vaak te warm is.

Big Five: deze komt van oorsprong uit de tijd dat er veel gejaagd werd op wilde dieren. De Big Five waren/zijn de gevaarlijkste dieren. Nu jagen we nog steeds maar dan met een foto camera. Als er gesproken wordt over de Big Five dan bedoelen ze: de leeuw, de luipaard, de neushoorn, de olifant en de Afrikaanse buffel.

Big Ten: dit zijn de Big Five en de cheeta, de nijlpaard, de giraf, de zebra en de krokodil.

Kleine Big Five: dit zijn dieren die klein zijn maar toch grote namen hebben, Elephant Shrew (muisachtige met een soort slurf), Luipaard Schilpad (door de vlekken), Muis Leeuw (stoer als een leeuw), Neushoorn Kever (heeft een hoorn) en een Buffel Wever (vogels die de buffels volgen).

4×4 safari Jeep met hatch that pops up: Dit zijn grote safari auto’s (vaak Landcruisers) waar bij het dak open geklapt kan worden. Je kunt dan in de auto staan en genieten van het uitzicht, ook ideaal voor het maken van foto’s. Vaak kosten de safari jeeps iets meer dan als er gekozen wordt voor een minivan. Het voelt meer als een echte safari ervaring als je in een safari jeep rondreist en natuurlijk praktisch in de regentijd. Echter in de meeste safari landen is een minivan prima.

4×4 safari minivan: ook wel safaribusjes genoemd. Deze hebben ook allemaal een dak dat opengeklapt kan worden en zijn vaak iets comfortabeler dan de safari jeeps. Dat klinkt vreemd gezien de minivans goedkoper zijn. Een safari jeep schut veel meer heen en weer over de Afrikaanse wegen. Daarbij zit je hoger dan de chauffeur en is voorruit naar buitenkijken niet fijn.

Fly-in Safari: De afstanden zijn soms behoorlijk en regelmatig zit je lange dagen in de auto. Een goed en snel alternatief is een fly-in Safari. Je vliegt dan van park naar park in een klein toestel. De mensen van de accommodatie waar je verblijft halen je op en zij nemen je ook mee op game-drive in in speciale open auto’s

Self-drive: Met huurauto heerlijk zelf rondtoeren, geen chauffeur of gids erbij maar volledig zelfstandig rondreizen.